Verhalen hebben de kracht om te raken in hoofd en hart. De mooiste woorden maken dingen tastbaar en voelbaar. Ik schrijf in opdracht met veel plezier over kleine mensen, grote gebaren en de liefde als cement tussen onze angsten en dromen. Ik heb gepubliceerd in onder meer Autovisie, Trouw en op de website van regio-omroep RTV Noord.

Tussen 2016 en 2018 heb ik 150 korte verhalen geschreven over mijn leven en liefde voor Italië. De eerste serie is in 2017 gebundeld in het boek ‘Kaaskop in Gorgonzolaland’ (inmiddels uitverkocht, alleen op aanvraag nog verkrijgbaar).

Hieronder een paar voorbeelden van mijn schrijfwerk. Als je verhalen zoekt om jouw project of campagne te versterken, hoor ik graag van je.

Schoonpa Giovanni is uit z’n pak gescheurd. Bij een etentje balde hij zijn vuisten zo wild boven de eettafel (tijdens een begrijpelijke woedeaanval over politici) dat de linkermouw met enorm geknetter loskwam van het pand, en vanaf het toetje als een lap lusteloze stof langs zijn rechterflank hing.

Beschaamd is hij na de limoncello met de felroze damessjaal van Alma over zijn schouders naar huis gesjokt. ‘Je moet een nieuwe’ besloot zij eenmaal thuis. Waarop hij met tegenzin bevestigend knikte. Zijn bezorgde blik vertelt me sindsdien dat ‘ie maar moeilijk afscheid kan nemen van zijn ouwe goeie pak. Zijn leven lang laat hij elke tien jaar een nieuw donkerblauw en donkergrijs kostuum maken. Bij een kleermaker in het centrum van Milaan. Die pakken zijn schreeuwend duur. Maar ze staan prachtig. Ze gaan ruim een decennium mee. Elk jaar een nieuw goed pak bij een confectiezaak kopen is dus uiteindelijk duurder dan de prijs die je in Italië betaalt bij de ‘sartoria’. Ik vraag ‘m welke prijs. ‘Twee, drie…’ mompelt hij zacht. ‘Honderd?’ vul ik onwetend aan. Hij schudt zijn hoofd. ‘Duizend.’

Ik begrijp hem wel. Een pak dat vanaf je hiel tot je pols exact op maat is gemaakt, maakt iedereen mooier. Nieuwsgierig stap ik met hem op de trein naar de kleermaker. We kletsen wat over de politiek, de economie, het leven. Na een uur dommelt hij in slaap. In Milaan nemen we de metro richting Montenapoleone. Daar stap ik voor het eerst in mijn leven een echte kledingmakerij binnen. Zware kersenhouten kasten, overal paspoppen, de geur van stof en tapijt, ik voel me met de minuut kleiner worden. De eigenaar, Fabrizio, komt hartelijk op Giovanni afgestapt. ‘Meneer Dagnino, is het alweer tijd? Wat een genoegen!’ Ik besef dat de twee elkaar al jaren kennen. De kleermaker kijkt kritisch naar mijn schoonvader. ‘Dagnino, teveel rode wijn en te grote stukken kaas gehad zeker.’ Hij knipoogt. ‘Dai, we zorgen dat uw nieuwe pakken weer als gegoten zitten.’ Fabrizio glijdt het meetlint door zijn fijne vingers en neemt behendig de maten op.

Echt álles wordt gemeten en bekeken. Hoe de schouders hangen. Hoe de heupen staan. Hoeveel afstand de kin heeft tot de borstkas.

Ik kijk mijn ogen uit. Echt álles wordt gemeten en bekeken. Hoe de schouders hangen. Hoe de heupen staan. Hoeveel afstand de kin heeft tot de borstkas. ‘Heeft u inmiddels ook zo’n onding?’ Vragend kijkt Giovanni hem aan. Fabrizio wijst met zijn blik naar mij. ‘Zo’n verslaving waar zijn generatie de hele dag op loopt te turen.’ Lachend haal ik m’n smartphone uit mijn binnenzak. Giovanni schiet in de lach. ‘Fabrizio, ik ben toch geen kind! Wat moet ik met zo’n ding!’ Tevreden streept Fabrizio ‘extra grote binnenzak’ door op de optielijst.

Thuis vraag ik naar die enorme prijs. Ik heb wel eens aanbiedingen langs zien komen van maatpakken voor minder dan de helft. ‘Die wil je toch niet!? Ze nemen je maten op in de winkel maar laten in Bangladesh arme kinderen die dingen in elkaar steken. Poverini’ tandenknarst Alma achter het fornuis. Giovanni zucht. ‘Het gaat me niet om de prijs.’ Treurig staart hij naar het tafelkleed. Ferm zet Alma de ovenschaal met dorade op tafel. ‘Ben je niet tevreden over de stof? Of de kleur? Je kunt Fabrizio toch bellen? Ze kennen jouw smaak!’ Mijn schoonvader haalt zijn schouders op. Roberto legt heel lief zachtjes een hand op zijn schouder en knikt. ‘Ik begrijp je, pa…’

’s Avonds in bed fluister ik mijn man in het oor wat ‘ie begreep van zijn vader. ‘Het is waarschijnlijk zijn laatste keer…’ Minutenlang staren we naar het plafond. ‘We nemen ze morgen mee uit eten. Nu kan het nog…’ stel ik voor. Maar Roberto slaapt al. Met een paar opgedroogde tranen op zijn wang.

 

Luigi is ons buurjongetje in Carpeneto (waar Roberto’s ouders hun buitenhuisje hebben, in Piëmonte). Hij woont onderaan de heuvel, met zijn zusje Sara en zijn papa en mamma, in een vervallen boerderijtje.

Luigi praat altijd. Ik dacht eerst in zichzelf. Totdat ik zag dat hij de hele dag van alles mompelt tegen de wildernis om hem heen. Zo begroet hij zachtjes de hagedissen op de muur, zoemt hij met de bijen in de boomgaard, fluistert hij naar de ezels op de heuvel, gromt hij met de hond van de buren mee. En zijn allergrootste vriend is ‘Meneer Trilneus’. Het konijn wipt al drie jaar vrolijk achter hem aan. Hij is ooit met beest en al de klas uitgestuurd. En de bus. En de winkel. Overigens blijft Luigi volhouden dat het een haas is. Meneer Trilneus zal het wortel wezen. Daar houdt ‘ie ook wel van, wortel. Hij wordt met de dag vetter.

Sinds vorige week is Luigi ontroostbaar. Stilletjes zit hij al dagen op het muurtje beneden onze tuin, met grote donkere natte ogen de weg af te turen. Alma en ik zagen het direct: Meneer Trilneus is er niet meer bij. ‘Wat is er Luigi, ben je alleen? Waar is Trilneus?’ Verdrietig kijkt hij ons aan, en haalt zijn schouders op. ‘Mamma zegt dat hij is verhuisd. Maar waarheen dan? Wie geeft hem eten? Wie aait hem?’ Alma kijkt me even aan, en slikt. ‘Hoezo verhuisd? Zo’n konijn moet toch ergens wonen?’ Kwaad kijkt Luigi haar aan. ‘Het is een haas!! En mamma zegt dat ‘ie heeeel ver weg woont!’ Hij veegt met zijn vieze handjes de tranen van zijn wangen en rent de heuvelweg af, naar het boerderijtje van z’n ouders.

‘Wat is mijn moeder in vrédesnaam aan het doen?! Het hele dorp kan het horen!’

Alma bedenkt zich niet, rukt haar schort van haar heupen, stroopt haar mouwen op en stapt gesmoord mompelend met ferme passen achter het jochie aan. ‘Ik ben zo terug!’ Ik richt me weer op het wieden van de oregano en tijm. Na een minuut of wat hoor ik in het dal de schelle stem van Alma losgaan. Ik kan niet alles verstaan, maar vang wel de stevige flarden op van wat lijkt op een fikse ruzie tussen mijn schoonmoeder en de moeder van Luigi.

‘… honden geen brood van…’

‘… bemoei je je mee!?…’

‘… kind laat je hechten aan…konijn…’

‘…haas, het is een haas!!!..’

Dan is het stil. En hoor ik een kind heel hard huilen.

Roberto hangt nieuwsgierig uit het keukenraam van het buitenhuisje. ‘Wat is mijn moeder in vrédesnaam aan het doen?! Het hele dorp kan het horen!’ Ik schiet in de lach, en schaam me tegelijkertijd vanwege de ontroostbare Luigi. ‘Volgens mij heeft de moeder van Luigi een lekkere paashaas in de oven liggen,’ zeg ik met gemengde gevoelens, ‘gemarineerd in rode wijn en…’ Ik wijs op de tijmtakken voor me. De stemmen in het dal lijken ondertussen wat gedempter. Rustiger. Ik meen een mengeling van gedwongen troost, tandenknarsend ingehouden woede, en verbeten vriendelijkheid te horen. Dan is het opnieuw stil. Een paar minuten later horen we de verlossende stem van Alma. ‘Va bene. Ciao. Ciao. Ciao.’ En slaat er een deur dicht.

Inmiddels is de nieuwsgierigheid van Giovanni ook gewekt. Met z’n drieën wachten we haar op, bij het trapje naar de voortuin. Beschaamd kijkt ze ons aan, en loopt met gebogen hoofd de keuken in. ‘Trilneus lag niet in de oven. Trilneus was niet verhuisd. Trilneus was niet weggelopen. Trilneus stampte gewoon vrolijk en vooral stiekem rond in het schuurtje achter hun huis…’ Alma is even stil. Slikt. En vervolgt dan: ‘Meneer Trilneus blijkt mevrouw Trilneus te zijn. Hoogzwanger van zes jongen. En dat wilde zijn moeder liever voor zich houden. Nu moet ze het kind uitleggen waarom ze die zes Trilneusjes weg gaan geven.’ We barsten in lachen uit. Behalve Alma. ‘Vandaag geen vlees!’ sist ze kwaad en schuift, nog net zichtbaar, een ovenschaal met daarop iets vlezigs, heel diep de koelkast in.