Roberto en ik vonden elkaar precies 13 jaar geleden. Op de Grote Markt in Groningen. Het was geen liefde op het eerste gezicht. Vlak na die wezenlijke ontmoeting heb ik één keer getwijfeld of ik wel door wilde gaan met die nieuwe onbekende lieve zachtaardige interessante mooie bijzondere Italiaanse man.

Maar het vooruitzicht om een leven zonder hem te leven maakte me op slag zo intens en diep verdrietig, ik heb die middag zo hard en ontredderd gehuild, dat ik ineens een zuiver en helder gevoel had dat de liefde zich al in mijn getraumatiseerde hart had geplant, om haar diepe heling te kunnen beginnen.

Met de grote Liefde kwam ook een grote angst. Een venijnige gemene sluwe angst voor kwetsbaarheid en echte binding en verlies en verlating, die twijfel zaaide en me wakker hield en me voorhield dat het leven beter was zonder de Liefde. Want Liefde was in mijn jeugd gevaar en pijn en afwijzing. Maar ze ging gewoon haar gang. Vanzelf en vanuit een diepste binnenste baande ze haar warme weg omhoog, geduldig en machtig en heersend als een wijze koningin. Ze werd een trage tegenstroom die wonden heelde en pijn verzachtte en zelfs de gemeenste angsten aaide en zo schiep ze steeds meer ruimte voor zichzelf en daarmee voor wie ik echt wilde zijn. Moest zijn. In het diepste gevecht dat ik met de angsten had zei mijn therapeute beslist en besloten en rustig en overtuigd ‘Dit is liefde. Die moet winnen. Die kan winnen. Die zal winnen.’ En zo gebeurde.

De Liefde tilde me op en droeg me de wereld in. Ze vroeg me om van een gepest Gronings dorpsjongetje uit te bloeien tot volle Europeaan. Ze liet me voelen dat ik mijn talenten voor vorm en taal niet voor niets had gekregen, en schaamteloos moest ontwikkelen, om in te zetten voor dingen die ik echt belangrijk vond en vind. Ze leerde me van het leven te houden. Van schoonheid en kunst en taal en de natuur en andere mensen en muziek en eten. Zo dansten we steeds wilder en vrijer rond het warme vuur van elkaar en op de grond waar ik van ben gaan houden. Een grond die zich door haar uitstrekt over de Alpen en Apennijnen tot aan de azuurblauwe Middellandse Zee.

En hier staan we dan, dertien jaar later en ze lacht en kijkt en straalt en is net zo gelukkig als ik. Ze is groter dan het leven, groter dan de grootste problemen en diepste angsten en taaiste twijfels. Als ik het niet meer weet kijk ik naar mijn man en zie ik de Liefde en weet ik het weer.

Nog altijd vragen sommigen mij hoe ik weet dat Roberto mijn grote Liefde is. Dan antwoord ik zoals Astrid Joosten ooit deed: Als je die vraag stelt, ken je de Liefde gewoon niet. Het is geen verliefdheid. Het gaat niet om wat je van de ander wilt. Het gaat om wat je de ander wilt geven, vanwege de Liefde. Het is een groter geweten van verbondenheid en levensstroom en oerkracht, die volwassen is en wijsheid in zich draagt en al het andere onbelangrijk maakt. Het voelt als een enorm groot diep intens geluk.

Een geluk waar ik gelukkig de moed voor heb gehad om die toe te laten in mijn leven. Ik had echt niks anders gewild.

Bedankt, lieve mooie aardige slimme bijzondere Roberto.